Philippe Van Wolputte (°1982, Antwerpen) onderzoekt als kunstenaar al meer dan twintig jaar de vergeten plekken binnen onze steden: bouwvallen, verlaten gebouwen, plekken die wachten op de sloophamer. Uit die verkenningen ontstaan installaties, foto’s en video’s die ons confronteren met wat we liever niet zien: sporen van economische teloorgang en ons onvermogen om vergankelijkheid te aanvaarden.
Die plekken, die hij ‘stedelijke grotten’ noemt, reconstrueert hij ook vaak in de tentoonstellingsruimte zelf, als kelders, gewelven en catacomben. Het plaatst het publiek in de schoenen van een urban explorer die moet beslissen hoeveel doorzettingsvermogen het heeft om de tentoonstelling volledig te volbrengen en alles te ontdekken. Hiermee bevraagt Van Wolputte of er nog ruimte is voor vrijheid en zelfonderzoek, of we ons steeds vaker van bovenaf laten leiden?
In ‘Child’s Play’ (2026) presenteert Van Wolputte een nieuwe reeks werken waarin de kunstenaar zijn blik richt op een onverwachte plek in de stad: de speeltuin, het onechte kind van architectuur en stedenbouw en de eerste plaats waar we als kind onze eigen limieten toetsen en ongelimiteerd exploreren.
Vertrouwde speeltuinontwerpen worden omgevormd tot vervreemdende installaties die balanceren tussen dystopie en utopie.
Daarnaast toont de kunstenaar een greep uit zijn twintigjarig oeuvre, waaronder werken als en ‘Temporary Penetrable Exhibition Spaces’ (2005–2015) en Looking Back While Walking Forward (2013) die de openbare ruimte als canvas gebruiken en gekenmerkt worden door een rauwe zwartwit beeldtaal waarin krassen en vouwen niet weggewerkt, maar getoond worden. Ook videowerken zoals ‘Inhaling Minerals As-Best As Possible’ (2010) en ‘Give Off / Give Out’ (2011) komen aan bod, waarin de eeuwige asbestproblematiek centraal staat.