"'Je ziet er nog goed uit voor je leeftijd’, zeggen ze soms. Zeg, laat die ‘nog’ eens weg"
Chris Lomme is vanuit Dilbeek naar HETGEVOLG in Turnhout afgezakt. Daar repeteert ze voor ‘Geen oude vrouwtjes (70+)’, waarin ze niet alleen samenspeelt met Marit Stocker, maar ook met de Hartenspelers van HETGEVOLG. Die spelers met een kwetsbare achtergrond maken bij HETGEVOLG theaterproducties samen met artistiek leider Stefan Perceval. “Dit is mijn vierde voorstelling bij HETGEVOLG en ik ben nog altijd enthousiast”, vertelt Chris Lomme. “Ik vind het subliem wat zij doen.”
Ook Danni Heylen heeft er vanuit Kieldrecht een hele rit op zitten. Op 1 oktober doet ze dat opnieuw voor de première van ‘Doodgraag’. Met Hans Van Cauwenberghe aan haar zijde brengt ze Paul Govaerts’ bewerking van het boek ‘Memoires vol
leven en dood’ van Patrick Van Gompel. In de voorstelling speelt ze een moeder die dement wordt en resoluut kiest voor euthanasie. Het brengt haar terug bij haar eigen moeder. “Mama had de ziekte van Alzheimer. Ze kreeg de ziekte toen ze
87 jaar was en leefde er nog 10 jaar mee. Desondanks kon ze ook nog genieten.”
DE CIRKEL IS ROND
Rond de tafel zit een pak ervaring, in het leven en als actrice. Chris Lomme is 88 jaar, Danni Heylen is er 75. Maar noem ze zeker niet oud! “In ‘Geen oude vrouwtjes’ wil ik bewijzen dat oudjes niet oud zijn”, zegt Chris. “Dat ga ik verdedigen met mijn nieren en mijn hart. Als je oud wordt, moet je blijven werken met je geest en met je lichaam. Daaraan word ik herinnerd als ik zieke mensen verzorg. Dat doe ik al twintig jaar: eerst bij TOPAZ (een dagcentrum voor mensen met een levensbedreigende ziekte – red.), tegenwoordig in enkele woonzorgcentra bij mij in de buurt. Voor mij is dat een les in luisteren. Dat maakt mijn leven nuttig. Als meisje wilde ik eigenlijk geen actrice worden, maar verpleegster.” (lacht)
Danni: “Kijk, de cirkel is rond! Je doet nu allebei. Dat is toch geweldig.”
Chris: “Raar he? Ik moet eerlijk toegeven dat ik soms tegen mijn zin vertrek om mensen te gaan verzorgen. Maar ik kom nadien thuis en ik ben gelukkig.”
Danni: “Je hebt ook iets gedaan voor iemand anders. Je bezorgde hen een gelukkig moment.”
Chris: “Er zijn mensen in het gewone leven die veel meer zagen dan de bewoners die ik bezoek.”
WARMTE EN VREDE
Bij ouder worden is de nood aan een vorm van zorg vaak niet veraf. Chris kent de woonzorgcentra van binnenuit en ook Danni bracht er vele uren door bij haar moeder. “De zorginstellingen hebben te weinig mensen. Ze legden ons mama om zes uur vast in bed, maar ze was een nachtmens! Er was een medewerker, een echte volksjongen met een roeping om voor die mensen te zorgen. Die deed dat enorm goed. Maar hij stond ’s zondags soms helemaal alleen voor een hele afdeling. Misschien is het te veel gevraagd, maar kunnen we alle oudere mensen op straat krijgen om daar iets aan te doen? Ik zou mijn mening wel durven geven. Ik kan theater spelen, maar alles verwoorden als Danni, dat vind ik moeilijk. Verzet is misschien een te groot woord, maar we mogen toch niet ontkennen dat de oudere mensen in de rusthuizen daar vaak gewoon zitten?”
“Het personeelstekort is nog erger aan het worden”, merkt Chris. “Veel medewerkers in de zorg werken fantastisch goed. Maar de bewoners missen vaak warmte en tederheid. Iemand die hun handjes vastpakt. Daarom probeer ik in te vallen. Als ik op een rustige toon praat, dan zegt er eentje altijd: ‘Zoals gij klapt, dat hoor ik graag.’ Zo’n dingen brengen warmte en
vrede.”
EEN RÉVOLTÉE
“Wanneer ben je oud?”, vraagt Danni. “De maatschappij zegt dat je dat bent vanaf je 65ste. Dat vind ik heel erg.” Chris deelt haar
verontwaardiging: “Tegen mij zeggen ze: ‘Je ziet er nog goed uit voor je leeftijd.’ ‘Kun jij nog autorijden op je leeftijd?’ ‘Ken jij nog je teksten op je leeftijd?’ Zeg, laat die ‘nog’ eens weg, alsjeblieft. Daarover heb ik het in het stuk.”
“Ik ben al een révoltée sinds ik geboren werd. Ik ben thuis weggelopen omdat ik geen theater mocht doen. Wc-madame geweest, naaktmodel, … (lacht) Voordien zat in een pensionaat. Ik had het er niet kwaad, maar ik was er ongelukkig. Ook daar was ik een révoltée, ik werd er vaak gestraft. Mijn ouders zag ik toen maar één keer per week, en dan gingen ze op zondag ook nog eens
vaak weg. Ik zag de meid liever dan mijn mama. Maar later heb ik mijn ouders wel heel graag gezien.”
“Knap dat je altijd hebt gerevolteerd”, vindt Danni. “Mijn moeder was ook zo. Ik ben in 1951 geboren en zij werkte. Ze was heel
ambitieus en heeft een onthaalmoeder gezocht, toen al. Achteraf denk ik: goed gedaan, moeder. Maar ik heb ook hard tegen haar gerebelleerd, want ze was een heel sterke madame. Nu ben ik wel blij dat ik haar opvoeding heb gekregen. En ook trots.
Mama was een pure autodidact die het ver heeft geschopt.”
TACHTIG GEDICHTEN
De speellijsten van Chris en Danni zijn goed gevuld. Ze maken zich eerder zorgen om de speelkansen van jongere collega’s. “Actrices van nog geen vijftig jaar hebben het al moeilijk omdat ze zogezegd te oud zijn”, merkt Danni. “Zij worden in de steek gelaten”, vindt ook Chris. Met de leeftijd komt ook de ervaring. “Je verzamelt meer kennis van wat je vak inhoudt”, zegt Chris. “Ik leerde doorheen de jaren om nooit op te geven. Dat vertelde ik ook aan mijn studenten toen ik nog lesgaf: ‘Als het niet lukt, moet je net doorzetten.’ Ik leerde zelf alles van mijn grote man Nand Buyl. Hij zei altijd: ‘Zeg het gewoon, adem diep, spreek zonder klemtonen en weet wat je zegt. Voel het in je hart, en niet alleen in je hoofd. En geef dus nooit op.’”
“Nieuwe tekst memoriseren duurt vandaag wat langer. Soms twijfel ik ’s nachts over een woord in de tekst. Dan moet ik opstaan om te zien hoe het zit. Anders slaap ik niet. Als ik niet moet spelen, lig ik vroeg in bed en dan zeg ik een gedicht op. Tachtig ken ik er van buiten: Herman De Koninck, Antjie Krog, Hugo Claus, Guido Gezelle. ’k Heb menig menig uur bij u gesleten en genoten, en nooit en heeft een uur met u me een enklen stond verdroten. ’k Heb menig menig blom voor u gelezen en geschonken, en, lijk een bie, met u, met u, er honing uit gedronken. Gedichten opzeggen verhindert mij om te veel te denken aan mijn gemis.”
“Ik kan de teksten van eerdere stukken niet meer herhalen”, vertelt Danni. “Bij mij is het: schuif in en weg omdat ik altijd met nieuwe teksten bezig ben. Maar ik moet er ook wel wat langer aan werken.”
Chris: “Dat heb ik ook altijd gehad in het Nederlands. In het Frans ging het altijd vlotter.”
Danni: “Dat is ook jouw moedertaal.”
Chris: “Ik ben tweetalig! Frans en WestVloms.”
ER ZIJN ALTIJD UITDAGINGEN
“Veerkracht, dat is inherent aan het leven als je daarmee geboren bent”, zegt Chris en Danni voelt het net zo aan: “Voor mij maakt het ook deel uit van het leven. Ik sta ’s morgens op en ik ben veerkrachtig omdat ik het natuurlijk goed heb. Ik heb
werk. Ik ben vrij gezond. Ik ben gewoon een zondagskind. Daar haal ik veerkracht uit. Als ik dan mensen zie die het veel moeilijker hebben, ook op mentaal vlak, dan denk ik: ‘Het zou maar erg zijn als ik geen veerkracht heb, met alles wat ik heb.’ Maar het is niet omdat wij een zekere leeftijd hebben dat er geen uitdagingen meer zijn. Die zijn er altijd wel. Neem nu ‘Doodgraag’. Ik speel iemand die 92 jaar is en die zegt: ‘Mijn leven is voltooid en ik wil er nu een eind aan maken. Ik wil niet dat mijn kinderen voor mij moeten zorgen.’ Die vrouw heeft ook een zoon verloren. Ik kan mij daar wel een voorstelling van maken en ik heb wel maturiteit, maar niet die van iemand die dat allemaal heeft meegemaakt. Dat toch oproepen als acteur is voor mij weer een nieuwe uitdaging. En dat is zo fijn.”
Chris: “Het gaat om passie. En om nooit opgeven.”