“De Warande wil een vrije publieke plek zijn, met een open hart”
Even schuilen voor de regen. Onverwacht een koffie drinken. De middagpauze overbruggen. Een papieren krant lezen, of een resem TikTokfilmpjes afgaan. Gewoon even zitten of hangen. Ook dat zijn dingen die mensen van alle leeftijden doen in de Warande, vaak samen met anderen. Vermoedelijk zullen weinigen het zo benoemen, maar zij gebruiken het cultuurhuis als Third Place of derde plek. De Warande wil bewuster inzetten op die functie en neemt daarvoor architect-onderzoeker Laura Joosten onder de arm. Haar opdracht is niet om het gebouw zelf te hertekenen, maar wel om een gedragen visie en strategie te formuleren voor de Warande als Third Place.
De Third Place wordt beschouwd als de derde plek naast thuis en werk of school. Wat houdt dat precies in?
Laura Joosten: “Op de Third Place kunnen mensen met elkaar in gesprek gaan en elkaar ontmoeten, op een vrije en spontane manier, zonder verplichtingen. Het is een publieke plek,
maar minder vluchtig dan de straat waar je elkaar passeert. Third Places vormen het hart van onze gemeenschap. Ze ontstaan organisch, mensen zoeken van nature plekken op waar ze elkaar kunnen ontmoeten en gewoon kunnen zijn. Er bestaan heel veel verschillende Third Places. Ze hebben met elkaar gemeen dat het plekken zijn waar je gewoon kan zijn, zonder dat je er per se iets gaat doen. De site van de Warande met het cultuurhuis en de bibliotheek is voor velen al een publieke plek. Uit mijn onderzoek blijkt dat de Warande uitblinkt met zijn aanbod als doe-plek, maar nog meer een zijn-plek kan worden.”
“We hebben een individualistische maatschappij gecreëerd. De Third Place is een echt collectieve ruimte die meer en meer verdwijnt. En dan heb ik het niet over de betalende Third Place zoals een serviceclub of een restaurant, maar de laagdrempelige, vrij toegankelijke plek. Ik heb soms het gevoel dat de bib de belangrijkste Third Place is die we als maatschappij nog realiseren. Dat is volgens mij te weinig.”
Welke rol speel jij in de realisatie van een Third Place in de Warande?
“Ik werk een ontwikkelingsstrategie uit voor de Warande. Sommige cultuurhuizen willen een Third Place zijn louter voor cultuurbelevers en -ontdekkers. Dat is waardevol, maar de Warande heeft een andere doelstelling en dat is de creatie van een Third Place met een open hart, een echt vrije publieke plek. Zo’n plek moet toegankelijk zijn, mensen mogen er zich gedragen zoals ze zijn, ze mogen er eten en drinken. En ze hoeven er niet aan cultuurbeleving te doen. Het doel van deze Third Place is dus niet de doorstroom naar de betalende activiteiten. Dat is echt de wens van de Warande en dat vind ik een positieve kijk. Nu, het is niet omdat je dat wilt en de deuren openzet, dat het huis vanzelf een Third Place wordt waarin ontmoeting plaatsvindt. Dat moet je echt stimuleren.”
Je spreekt van het belang van een zijn-plek. Kan je daar voorbeelden van geven?
“Zitplekken bijvoorbeeld, waar je eenvoudig aan een tafel, op een stoel of in een zetel kan gaan zitten. Een kiosk waar je vrijblijvend een krant kan lezen. Een laagdrempelige bar waar je iets kan drinken. De kickertafel. Een speeltoestel voor kinderen.”
“Een cultuurhuis is eigenlijk een gesloten box. Bij een voorstelling wordt die getransformeerd tot een hele levendige plek, met doe-activiteiten waar mensen bewust voor kiezen. Maar staat er niets op het programma, dan komen er doorgaans weinig mensen die er gewoon verblijven. Zo is het moeilijk om er echte levendigheid te creëren. Toch gaan mensen publieke plekken altijd gebruiken. Wat we wel willen vermijden, is dat de Warande als Third Place wordt gedomineerd door één groep, want dat betekent dat anderen zich verwijderen. Een publieke plek van bovenaf sturen of vanuit het niets ontwerpen, werkt niet. Uit onderzoek blijkt dat de beste strategie erin bestaat om te vertrekken vanuit de bestaande gemeenschap en de bestaande activiteiten. Het vermeerderen van activiteiten, deze fysiek en visueel met elkaar verbinden: dat zorgt voor gelaagdheid en overvloed in een publieke ruimte waar velen een zijn-plek kunnen vinden.”
Hoe pak je dat dan aan in de Warande? Gebruik je dan best maar een deel van het gebouw als Third Place?
“De moeilijkheid van de architectuur van de Warande is de opeenvolging van gangen, open plekken, deuren, afsluitingen, niveauverschillen en hoekjes. Eén scenario is dat je inderdaad maar een deel van het gebouw als Third Place gebruikt. Maar je kan in theorie ook verbindingen creëren die de zichtbaarheid vergroten. Je kan natuurlijk heel veel willen, maar elke keuze heeft architecturale en financiële implicaties, en ook implicaties op vlak van uitbating en beheer. Elke aanpassing en elke herbestemming gebeurt in de tijdsgeest en met de budgetten die er zijn. Er is geen ideaal scenario. Daarin wijk ik een beetje af van wat veel architecten zeggen.” (lacht)
“Samen met haar partners zoals de bibliotheek en de organisaties in huis, wil de Warande bewuster inzetten op het stimuleren van een Third Place in de publiek toegankelijke delen. Men streeft naar een Third Place die voor iedereen toegankelijk is. Dat is goed, maar een Third Place kan nooit voor iedereen even aantrekkelijk zijn. Met vis noch vlees trek je vaak niemand aan. Daarom raad ik de Warande aan om te vertrekken vanuit zijn eigenheid: het is geen zwembad of markthal, maar een cultuurhuis met een eigen identiteit. Daarnaast heb je trekkers nodig om een gemeenschap op te bouwen. Je vertrekt daarbij best van de mensen die er wonen, werken en leven.”
Bibliotheken spelen hun functie als Third Place al een tijd uit. Cultuurhuizen lijken dat meer en meer ook te doen. Heeft de cultuursector een verantwoordelijkheid om de deuren ook te openen als informele ontmoetingsplek, en niet alleen voor voorstellingen en ander aanbod?
“Ik vind van wel. De hogere overheden stimuleren, ja zelfs verplichten, de cultuurhuizen om Third Places te zijn. Maar ik vind wel dat bibliotheken en cultuurhuizen niet de enigen zijn die die vraag moeten beantwoorden. Bibliotheken doen nu al heel veel om publieke verbondenheid te creëren. In het debat over de Third Places nemen ze inderdaad het voortouw. Laat ons echter elkaar niet kopiëren. Maatschappelijk vind ik het interessanter om net diverse Third Places te creëren. Ook een zwembad kan die functie hebben, maar het zou vreemd zijn om daar de strategieën van een bibliotheek te kopiëren. En dat geldt ook voor een cultuurhuis.”
Tot waar kan de eigenaar of beheerder van een plek zelf bepalen hoe die als Third Place moet functioneren? Welke vrijheid kunnen en moeten gebruikers daarbij hebben?
“Da’s een heel interessante, maar ook een moeilijke vraag, omdat wie de plek beheert bepaalt hoe deze plek vorm krijgt. Een plek voor iedereen, door iedereen, dat lijkt me het beste. Er zijn vandaag nog geen vaste afspraken voor het gebruik van de Third Place, maar er werden wel al verschillende, losse initiatieven genomen en uitgetest. Ik geloof dat je samenwerking en participatie best structureel kan verankeren. Zo wordt het eigenaarschap van de Third Place een gedeeld eigenaarschap. En dan krijg je automatisch meer gelaagdheid. Nu is elke partner vooral beheerder van zijn eigen stukje.”
Betrek je ook de informele groepen en individuen? Denk maar aan de ouderen die de krant komen lezen of de schoolgaande jongeren die hun middagmaal komen nuttigen.
“Participeren zonder inhoud of kennis van de zaken, is heel moeilijk. Voor iedereen. Dan wordt het freewheelen. Je krijgt betere input als je als organisatie transparant durft te zijn en mensen zicht geeft op de visie en de strategie, het onderzoek deelt en de mogelijkheden open bespreekt. Ik moedig organisaties aan om die aspecten te integreren in het participatietraject. Ik moedig ook actieve participatie aan, waarbij rechtstreekse partners meer zeggenschap krijgen en verantwoordelijkheid opnemen.”
“Het doel van de Warande is echt om Turnhout fysiek binnen te brengen en voelsprieten te hebben bij de Turnhoutenaar. Ik geloof dat gelaagdheid, diversiteit en een ruim aanbod – samen met zichtbaarheid, sociale controle en sociaal onderhoud – ervoor zorgen dat plekken verbeteren en evolueren als Third Place.”